BILLIE BOFKONT VERTELT... (12)
![]() 19 RAMMEN Op die wonderlijk mooie zomer volgde een verschrikkelijk strenge winter. Het werk was nog in geen duizend jaar klaar. In februari 2006 heb ik de knechtenkamer provisorisch ingericht en Stinkwijfje, Mollie en Booswicht opgehaald. Het begon te vriezen dat het kraakte, overal lag sneeuw. Vanuit de polder kwam een ijzig koude wind opzetten. Op een ochend werd ik heel vroeg wakker. De bloemen stonden op de ramen. Ik krabde wat weg en keek naar buiten. Alles was grijs en wit. Sprookjesachtig. Maar wat zag ik daar? Ik kon mijn ogen niet geloven! Daar lagen 19 rammen in de boomgaard. Zomaar vanuit het niks. Ze lagen dicht tegen elkaar aan in de beschutting van de mestsilo. De wind vloog over ze heen. |
Caesar spitst zij oren: 'Waar kwamen die vandaan?' 'Ja dat is een goeie vraag', zegt Dafne. 'Dat wist niemand. Ik ben meteen naar buiten gegaan en heb ze water en brood gegeven. Dat ging er in als koek, ze hadden ontzettende honger.' 'Toen ben ik overal gaan rondvragen. Niemand wist van wie ze waren. Ze waren over de bevroren sloten vanuit de polder komen aanlopen, zoveel was zeker. Dat was heel slim van ze, want de boomgaard lag in de luwte.' Ik bleef ze twee keer per dag voeren en drenken. Op een dag bleek dat ze van een boer verderop waren. Hij had geen stal voor ze en toen heb ik ze onderdak gegeven. Hier, waar jullie nu liggen, hier lagen en liepen zij ook. 'Dan hadden ze het goed getroffen,' zegt Caesar. 'Wat is er toen verder met ze gebeurd?' 'Op een dag zijn ze opgehaald. Ik weet niet waarheen. Daar was die boer onduidelijk over. Misschien weer terug de polder in, of misschien naar de slager.' 'Ik had er een naar gevoel over. Ook al omdat alle boeren uit de omgeving zo onverschillig hadden gereageerd toen ik kwam vertellen dat er op een nacht zomaar 19 rammen gekomen waren. Ik vond dat een wonder en zij haalden daar hun schouders over op. Had ik er wel goed aan gedaan om hier te willen wonen?'
© Copyright Familie Bofkont |